Bij een A/B-test verstuur je twee versies van dezelfde mail naar twee vergelijkbare groepen, en kijk je welke het beter doet. Het is de enige manier om te weten of iets werkt in plaats van te vermoeden.
De regels
- Test één ding tegelijk. Verander je zowel de onderwerpregel als het beeld, dan weet je achteraf niet wat het deed.
- Zorg voor genoeg ontvangers. Bij een paar honderd mensen is elk verschil toeval. Reken op minstens duizend per variant om iets zinnigs te zien.
- Bepaal vooraf waar je op stuurt. Kliks of omzet, niet opens — zie Wat is een goede open- en klikratio?
- Verdeel willekeurig. Niet de eerste helft van je lijst tegen de tweede: die verschillen systematisch in aanmelddatum.
- Herhaal voordat je iets vastlegt. Eén test is een waarneming, drie tests zijn een patroon.
Wat je als eerste test
De onderwerpregel, want die is los te variëren en heeft direct effect. Daarna de call-to-action, dan het verzendmoment, dan de opzet van de mail. Zie Wat test ik als eerste?
De veelgemaakte fout
Stoppen na één test met een uitkomst die bevalt. Een verschil van twee procent op vijfhonderd ontvangers is ruis, geen conclusie.