Begin bij wat het meeste effect heeft en het makkelijkst te isoleren is. In deze volgorde:
1. De onderwerpregel
Los te variëren, direct effect, en je hebt snel genoeg data. Test iets wezenlijks — concreet tegen nieuwsgierig, kort tegen lang — en niet twee formuleringen die op hetzelfde neerkomen. Zie Hoe schrijf ik een goede onderwerpregel?
2. De call-to-action
De tekst op je knop, en of het een knop of een tekstlink is. "Bekijk de collectie" tegen "Naar de winkel" scheelt in de praktijk meer dan mensen verwachten. Zie Wat maakt een goede call-to-action?
3. Het aanbod
Gratis verzending tegen tien procent korting. Dit is inhoudelijk de zwaarste test en meestal de meest winstgevende.
4. De opzet van de mail
Eén product uitgelicht tegen een raster van vier. Kort tegen lang.
5. Het verzendmoment
Zie Op welk moment kan ik het beste versturen?
Wat je niet hoeft te testen
Knopkleuren, lettergroottes en de vraag of er een emoji in mag. Die verschillen verdwijnen in de ruis bij normale lijstgroottes. Test wat je boòdschap verandert, niet wat je opmaak verandert.
Zie Hoe werkt A/B-testen? voor de spelregels.