Een jaarkalender voorkomt de wekelijkse vraag "wat sturen we nu weer?" — de vraag die ervoor zorgt dat er uiteindelijk niets wordt gestuurd.

Bouw hem in vier lagen

1. De vaste momenten. Je seizoenen, je beurzen, je jaarlijkse actie, de feestdagen die voor jouw publiek tellen. Zet die eerst in de kalender; ze bewegen niet.

2. Het vaste ritme. De nieuwsbrief die elke twee weken of elke maand gaat, op een vaste dag. Regelmaat wordt herkend. Zie Hoe vaak moet ik versturen?

3. De automatiseringen. Die staan niet in je kalender maar draaien er dwars doorheen. Houd ze wel in beeld, want ze bepalen mee hoeveel mail iemand krijgt. Zie Basisautomatiseringen

4. De ruimte. Laat een kwart van je slots leeg voor wat zich aandient. Een volgeplande kalender loopt vast bij de eerste verandering.

Per mail vastleggen

Datum, doelgroep of segment, onderwerp, doel en de één actie. Meer hoeft niet. Een kalender die per mail een briefing bevat, wordt niet bijgehouden.

Terugkijken

Zet er achteraf de kliks en de omzet bij. Na een jaar zie je welke soort mail bij jouw publiek werkt — en dat is de basis voor de kalender van het jaar erna.

Meer over campagnes en automatiseringen

Verder lezen

Zelf proberen?

Maak een gratis account en pas toe wat je net hebt gelezen.

Maak een gratis account Stel je vraag

Eerste 14 dagen gratis.